“Dat schrikt mensen af”: Bart Wellens maakt forse rekening van middagje naar de cross gaan

De crosswinter is voorbij. Afgelopen zondag werd dat afgesloten in de Sluitingsprijs van Oostmalle.
De renners hebben ons tijdens het voorbije veldritseizoen weer meer dan ooit verwend met knalprestaties en spannende crossen.
Maar bij zijn analyse moet Bart Wellens toch één ding vaststellen: naar de cross gaan kost geld, veel geld zelfs voor een modaal gezin.
“Zo nam ik mijn kinderen mee naar de cross in Brussel en kocht ik voor hen tickets. Voor ne kleine van veertien jaar moest ik achttien euro betalen. Ik vind dat veel geld”, vertelt hij aan Het Nieuwsblad.
Het familiale aspect zou in de cross moeten blijven en dan moet je het betaalbaar houden. Wellens geeft een voorbeeld van de Koppenberg. “Daar verplichten ze de mensen om kilometers ver te parkeren en dan vragen ze ook nog eens tien euro voor een shuttlebus. Dat vind ik erover.”
En het blijft niet enkel bij de toegangstickets en de shuttlebus. “Als je dan ook nog iets wilt eten of drinken, dan ben je op het einde van de rit honderdvijftig euro kwijt. Ik ben ervan overtuigd dat het mensen afschrikt.”