Ministers en parlementsleden hebben deze pensioenprivileges die wij niet hebben

door: STS
Afbeelding bron: Photonews

De federale regering wil besparen op de pensioenen. "Maar ze blijft muisstil over de pensioenprivileges van ministers en parlementsleden", merkt Kim De Witte van PVDA op.

"Het pensioen voor ministers en parlementsleden bevat nog steeds grote privileges, vergeleken met werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Heel wat ministers en parlementsleden kunnen vanaf 60 of 62 jaar met pensioen, zelfs met een beperkte loopbaan. Voor de rest van de bevolking geldt een minimum van 42 gewerkte jaren om vervroegd met pensioen te kunnen."

"Ministers en parlementsleden hun pensioen wordt berekend op hun allerlaatste loon, dit is momenteel 9.464 euro bruto. Ambtenaren hun pensioen wordt berekend op het gemiddeld loon van de laatste 10 jaar, voor werknemers en zelfstandigen wordt het pensioen berekend op het gemiddeld loon en beroepsinkomen over de hele loopbaan (45 jaar)."

Pensioenopbouw tijdens periode die gedekt wordt door afscheidsvergoeding

"Ministers en parlementsleden bouwen verder pensioen op tijdens de volledige periode gedekt door hun afscheidsvergoeding. Deze periode wordt ook gelijkgesteld als 'gewerkte periode' voor de pensioenmalus. Een werknemer met een contract van bepaalde duur dat afloopt, krijgt geen afscheidsvergoeding, wel een werkloosheidsuitkering die niet gelijkgesteld wordt voor de malus."

"Elk jaar in mei krijgen ministers en parlementsleden 92% van hun parlementair pensioen uitbetaald als vakantiegeld (dat loopt dus op tot meer dan 6.000 euro bruto). Bij gepensioneerde werknemers bedraagt het vakantiegeld rond de 1.200 euro (≈ 72% van het gemiddeld bruto werknemerspensioen), bij ambtenaren rond de 350 euro (≈ 10% van het gemiddeld bruto ambtenarenpensioen). Zelfstandigen hebben geen recht op vakantiegeld."

Pensioen van ministers en parlementsleden blijft volledig geïndexeerd

"Ministers en parlementsleden kunnen een overlevingspensioen cumuleren met een parlementaire wedde of een parlementair rustpensioen tot aan het Wijninckx-plafond. Bij ambtenaren zijn de cumulatiegrenzen veel lager. Daarnaast kunnen ook wettelijk samenwonenden van parlementsleden een overlevingspensioen krijgen."

"Het pensioen van ministers en parlementsleden blijft volledig geïndexeerd, terwijl dat van ambtenaren vanaf 1 juli 2025 niet langer wordt geïndexeerd boven het maximumpensioen van werknemers."

"Wat zogezegd onhoudbaar is voor de werkende bevolking, zou onbetwist blijven voor politici? Wie leeft er in dit land eigenlijk boven z'n stand?", vraagt De Witte zich af.